Colombiaans Carnaval

Feb 27 2012

“Ik ga het lezen in bed” grijnst S. tegen de hippe schrijver


foto: Oscar van Gelderen

Gary Shteyngart is stralend middelpunt op Lebowski Achievers in Hotel V. Nadat hij voor zijn twitter de gouden bulldog in de hotel lobby heeft bereden, verhuist hij naar een kruk op het podium. De gelegenheid: de Nederlands vertaling van Super Sad True Love Story, het verhaal over een mediageobsedeerde dystopie, waar ‘You are SO media’ als het grootst denkbare compliment geldt.

Gary komt van zijn krukje af voor een cursus wodka drinken. Gelegenheidspresentator Henk van Straten zuipt dapper met hem mee: ‘een shotglaasje moet je in een keer legen, anders is het een belediging,’ doet Gary voor terwijl hij Van Straten fluks bijschenkt. Na twee rondjes moet Henk in zijn brandende slokdarm even de stembanden bij elkaar zoeken om de volgende gast te kunnen aankondigen.

We horen bij het thema passende liefdesgedichten en liefdesliederen (lieve Oscar, mogen we volgende keer weer beats?). We ontdekken dat we de dystopie al leven en horen voor het eerst de intrigerende beginzin van de vertaling ‘Lief dagboek, vandaag heb ik een belangrijke beslissing genomen: ik heb besloten niet dood te gaan.’

Vanaf zijn krukje vertelt de auteur dat zijn uitgever hem op een dag meldde dat zijn vorige roman ‘Absurdistan’ een populaire accessoire was geworden. ‘Jongemannen steken het bij zich om een intelligente indruk op de dames te maken,’ gniffelt hij, ‘je kunt hen zien zitten terwijl ze het ondersteboven voor zich houden in de metro.’

Dat komt goed uit, Ik had namelijk nog geen ‘handtasje’ om over een krappe maand mee over Miami’s South Beach te flaneren. We zoeken achteraf Gary even op. Hij heeft genoten en wat fijn dat de voertaal Engels was – hij vreesde het ergste nadat er laatst twee uur in het Duits tegen hem was aangeschreeuwd. Ik wuif met het zojuist aangeschafte exemplaar. ‘Ik ga het lezen in Miami,’ grijns ik. Hij wenst me vele enjoyable mojito’s en plezier met de pelikanen. ‘Ik ga het lezen in bed,’ grijnst vriendin S. harder, met ook een exemplaar in de hand.

Tegen 19.00 uur nemen we afscheid en kijken nog een keer om naar het podium met het lege krukje, waar het volgende keer zomaar onze beurt kan zijn om de toeschouwersrol te verruilen voor de genadeloze spotlight.

PS: wie heeft van mij Stheyngarts eerste, ‘The Russian Debutante’s Handbook’, geleend en nooit meer teruggegeven? Doet dat alsnog, gaarne!

Feb 24 2012

De uitgever ronkt en de muze charmeert, maar waar is Tuur?

Via via kwamen we in het bezit van een uitnodiging voor het Mambo Jambo boekenfeestje. Het kwam goed uit, ik had nog wat goed te maken na het vergeten van de verjaardag van een van mijn beste vrienden. Nu kon ik weliswaar te laat, maar wel met een leuk boek – afgaande op Van Amerongens facebookpersoonlijkheid, die me vaak aan het lachen maakt – en hopelijk een speciaal voorin geschreven opdracht verschijnen.

We reisden af naar Amsterdam voor een snuf Zuid-Amerikaanse sfeer en wellicht een gratis wijntje of twee. 21.00 uur haalden we niet helemaal, maar daar was rekening mee gehouden. Boven aan de trap begroeten twee vrolijke trommelaars ons. Binnen veel loungende mensen, waarvan we alleen een kleptomane dichteres herkennen. Op de bar nacho’s en wijntjes van 3,50. Benieuwd naar de presentatie schuiven we aan in de kring.

Terwijl de uitgever ronkt en de muze charmeert, schuift Tuur bescheiden achter een pilaar. Op een boekpresentatie verwacht je toch wel een woordje, dansje of handstand van de auteur, maar na het applaus voor latijnse muze Paulita, die in het Nederlands heeft voorgedragen, start de band.

Een beeldschoon meisje verkoopt me het boek en Arthur voorziet me galant van een opdracht en een besito. Meer wijntjes en frituur komen tussen mij en het plan nog een papieren besito aan de muze te vragen. Ik voeg zelf een kus toe in het boek. Nu maar hopen dat Mambo Jambo goeie lees is!

Feb 20 2012

Helemaal Melkweg werkt niet helemaal

Afgelopen zaterdag was de eerste editie van Helemaal Melkweg: TopNotch en Lebowski, plus films, dj’s en exposities. Als trouwe Achievers fans mochten we dat natuurlijk niet missen. Maar hoe goed de combi hiphop/literatuur op de zondagmiddag in Hotel V ook werkt, in de zaterdagavond setting van de Melkweg is dat toch een ander verhaal. Zelfs voor de echte liefhebber is het lastig om na vier bier en een halfuur dansen op Dio ineens in respectvolle stilte te luisteren hoe iemand een stuk uit zijn boek voordraagt; hoe grappig, intelligent en origineel ook. 

Lange Frans opende de show, gevolgd door ome Omar, wellicht zonder tekst, maar mét nieuw overhemd. Henk van Straten “Zag Lange Frans net; zo surrealistisch, staat ineens een van je personages tegenover je” leest voor uit Superlul. Dio weet met zijn aanstekelijke moves en liedjes zelfs de horde verveelde pubermeisjes voor het podium in beweging te krijgen, al waren die eigenlijk alleen gekomen om later op de avond Sef ‘de leven’ te horen bezingen. Tegen die tijd heeft het grootste deel van het publiek al een flinke slok op en is men wel in voor een feestje. Probeer dan nog maar eens vrienden te maken met een stukje voorlezen.

Maar Johan Fretz doet dat slim. Zijn geheime wapen? Een Luide, Diepe Stem. Bulderend stuurt hij een presidentiële speech de zaal in en al vraag ik me af of het grootste deel van het publiek het echt begrepen heeft, aan het daverende applaus te horen, zouden ze in ieder geval wel op hem stemmen. “Als wij ooit zoiets willen doen, moeten we echt een stemcoach,” piept Judith in mijn oor. Misschien was dat ook de reden dat de enige vrouwelijke schrijver van de avond, Anna Drijver, schitterde door afwezigheid.

Ben je niet gezegend met een diepe stem, biedt het publiek dan geld (al dan niet nep). Afgekeken van de Eindhovense rapper Fresku, die van de gelegenheid gebruik maakte om Lampegat te ontvluchten en ons te verblijden met zijn sympathieke lyrics - en het werkt echt. Een keer schudden met een stapeltje zelf geknutselde flappen en het publiek rent zo een paar meter naar voren; je weet immers nooit. En anders kun je altijd nog simpelweg als laatste het podium opklimmen: tegen die tijd is iedereen zo dronken dat ze zelfs lachen om slechte garderobe grappen. 

Al met al zeker een toffe avond, maar ik ben toch blij dat de Achievers volgende week zondag gewoon weer oudvertrouwd in hun element te zien zijn in Hotel V. See you there!

Feb 04 2012

Kept woman

Een vriend van me zei ooit

om goed te kunnen schrijven

moet je lijden.

Gelukkig zijn

is weinig inspirerend.

Als dat zo is

maak ik het mezelf op dit moment

wel erg moeilijk.

In de stralende zon

aan het zwembad van een sjiek hotel

uitkijkend over zee.

In mijn hand een vers geperst sapje

dat straks plaats zal maken

voor een mojito.

Alleen de woest aantrekkelijke man naast me mist.

Die is aan het werk.

Voor hem een zakenreis

voor mij een vakantie.

Voor het eerst in mijn leven

voel ik me een kept woman.

Put it on my boyfriend’s creditcard

glimlach ik naar de pool boy.

Nederlandse Hollywood vrouwen

is er niks bij.

In de huid kruipen van een ander

voelen hoe moeilijk

- of makkelijk -

haar leven is.

Een goede oefening voor ons volgende boek…

Maar daarover binnenkort meer.

Tijd voor een duik in het warme water.

Soms moet je als schrijver

gewoon even genieten.

Nov 14 2011

Niks lugubers aan de hand

Trillend duikt ze onder en glijdt onzichtbaar door het zwarte grachtenwater. Van de koude heeft ze geen last. Terwijl ze vroeger zo’n bibberkip was. Vroeger bestaat alleen nog uit flarden die haar af en toe invallen. Steeds minder vaak komt er iets terug. Het water wordt meer en meer haar wereld. Om te slapen kruipt ze sinds kort niet meer onder het dons van het verlaten zwanennest. Roerloos droomt ze, net onder het oppervlak.

Vanmiddag was ze in haar slaap een drukbevaren stuk gracht opgedreven. Bij de Sterrenwacht werd ze bruut gewekt met de por van een peddel.  De kanoër begon doordringend te gillen. Ze dook onder. Het geluid achtervolgde haar tot op de bodem. Ze was gezien. Gelaten legde ze zich neer bij de komende heksenjacht. 

Met gebalde vuist kijkt ze politieboot na. Haar krijgen ze niet. Het bevalt haar in het water. Gelukkig dat ze in de buurt was van die groep zwanen.  Perfecte camouflage. Als een lelie ontvouwt ze haar hand in een dankgebaar naar de witte watervogels.  Met een elegante slag van de pols verrijst  ze hoog uit het water. Uit de verte zou je haar voor een lelijk eendje aanzien.  

In het spiegelende oppervlak bestudeert ze haar nagels bij het vale licht van de straatlantaarns aan de Oudegracht. Van de blauwe lak is weinig meer over, constateert ze melancholiek. Een traan rolt langzaam via haar levenslijn het water in. Ze maakt een pirouette en waaiert koket met haar vingers naar de majestueuze zwaan die langs haar zeilt. Het beest sist kwaadaardig en haalt uit naar haar duim.
 
Plots wordt ze kwaad. Op deze zwaan die haar zojuist een stuk duim heeft gekost. Op de ratten die aan haar vreten. Op de schroef van de boot die haar uiteen heeft gereten. Ze zwiept uit het water, en grijpt het arrogante beest bij de ranke strot. Ze knijpt en knijpt. De zwaan slaat wild met zijn nek en het wurgen blijkt moeilijk zonder duim. Ze maakt haar wijsvinger los en drijft hem diep in de oogkas van de witte tornado. Triomfantelijk berijdt ze het slappe dier en duikt terug in de gracht. 

Wat was dat? We varen net jolig onder brug bij het stadhuis, waar de gevangenen vroeger gezellig werden gemarteld. Naar wil het maar niet worden. De boot schokt en de motor rochelt. We hebben iets geraakt. Terwijl de gracht hier drie meter diep zou zijn. Ingespannen turen we in het zwarte water. Dan pakt de motor het geruststellende gefluister weer op. Wat spijtig dat er vanavond niks lugubers is gebeurd.

j

4 notes

Oct 30 2011

Fock!

‘Friezen, daar kun je maar beter geen ruzie mee krijgen,’ lispelt de man met de pet veelbetekenend, terwijl hij zijn mes op tafel legt. Ondertussen biedt zijn freon – van het type stille wateren, diepe gronden – ons nog een biertje aan. We zitten in Café de Harste in het Friese Tytsjerksteradiel, een plek waar de mannen het niet gewend zijn om hun avondlijke rust verstoord te zien worden door vrouwen. En zeker niet door een stelletje stadse chicks die op stap zijn zonder man of broer aan hun zijde. Toen we zo’n twintig minuten geleden onze hoofden om de hoek van de deur staken, het bord ‘gesloten’ negerend, viel er dan ook een ijselijke stilte. Even waren de mannen met stomheid geslagen, maar na wat onderling gemompel in onverstaanbaar Fries werd er toch geknikt dat we mochten blijven. Terwijl we richting de bar schuifelden, liet man met pet een daverende boer. ‘Vrouwen? Die zien we hier niet vaak. Maar we weten wel hoe we met jullie om moeten gaan hoor.’  

Dankbaar neem ik een glas bier aan van de barman, een oude man wiens gegroefde gezicht verraadt dat hij al heel wat meegemaakt heeft. Mijn hart klopt nog in mijn keel als ik terugdenk aan de onheilspellende tocht hiernaartoe en ik verslik me bijna in een gulzige slok. Naast me grapt mijn zus dat we ons vereerd voelen dit mannendomein te hebben mogen betreden. ‘Tja, het had erger gekund,’ vindt man met pet. ‘Jullie hadden ook indringers uit Burgum kunnen zijn.’ Verbaasd kijken we op. Burgum ligt hier maar een paar kilometer vandaan, maar blijkbaar heerst er een grote rivaliteit tussen de dorpen. ‘Die lui moeten we hier niet. Ze zijn anders dan wij, weet je?‘ Hij kijkt me doordringend aan, alsof hij een reactie van me verwacht. Ik haal mijn schouders op. De man schudt kwaad zijn hoofd: ‘Bij jullie in de stad wordt dat misschien allemaal normaal gevonden, maar hier niet. Hier blijft men in z’n eigen dorp. Waar hij thuishoort. Ik bedoel, ze hoeven niet meteen allemaal dood hoor, maar er hoeft maar iets te gebeuren.’ Bij het woord ‘iets’ knipt hij in zijn vingers, terwijl de andere twee mannen instemmend knikken. En dan ligt dus plotseling dat mes op tafel. Tussen de kaasblokjes en bierviltjes. Alledrie staren we ernaar, mijn zus, K. en ik. Het bruine handvat. Het glimmende lemmet van ongeveer 12 cm. “Heb je het wel eens gebruikt?” hoor ik mijn zus vragen. Ik verstijf. De lach van de mannen klinkt vreemd schel. “Nee hoor meisje, natuurlijk niet.” 

Het wordt later en later. De mannen praten over gestolen auto’s, vrouwen die zich zouden moeten gedragen en de oorlog, die de barman nog meegemaakt heeft. Wij zitten ondertussen zwijgend achter ons zoveelste biertje. Genegeerd, maar niet vergeten. Ik wil hier niet blijven. Maar ik wil ook niet terug naar de boerderij. Niet zolang het buiten nog donker is. Alsof man met pet mijn gedachten leest: ‘Waar verblijven jullie eigenlijk?’ Ik probeer nonchalant te doen. ‘Een stukje verder, in de boerderij van haar oma.’ Ik wijs naar K. ‘Lopend? Helemaal alleen, in het donker? Dat hoort toch niet, drie meisjes op straat in het holst van de nacht?’ De man hangt nu wel heel dicht over me heen. Ik ruik zijn zure adem. ‘Tja, in de stad is ook dat allemaal normaal hè,’ bits ik sarcastisch. En heb onmiddellijk spijt. Een vrouw met een grote mond, daar houden ze hier niet van. ‘Welke boerderij dan precies? Die leegstaande van Fokje?’ De stille grijnst zijn scheve tanden bloot. K. knikt. Zo heette haar oma inderdaad. Ik voel dat ik van kleur verschiet. Hoe weten ze dat? De mannen wisselen wat woorden en lachen hard. Ik versta niets van dat fock-Fries. Ondertussen heeft de barman twee shotglaasjes met een bruin goedje voor ons gezet. De blik van de stille man ontwijkend, sla ik de lokale specialiteit in een keer achterover. Het prikt in mijn keel en ik moet me inhouden om niet te hoesten. Mijn zus volgt mijn voorbeeld. Dan slaat man met pet uit het niets met zijn vuist op de bar. ‘Tijd om te gaan.’ Hij boert nogmaals luid en grist het mes tussen de kaasblokjes vandaan. Het verdwijnt in zijn jaszak. Zonder ons nog een blik waardig te gunnen, verdwijnt hij met de stille man de kou in. De deur valt piepend achter hen dicht. Dan vindt de barman het plotseling ook welletjes. ‘Opdrinken en vertrekken,’ bromt hij nors. We hebben weinig keus. Een beetje aangeschoten stappen we even later het donker in. Een ijzige wind strijkt langs mijn gezicht en doet mijn ogen tranen. De maan verdwijnt achter een wolk. Blind staren we om ons heen. Ik pak mijn telefoon om ons bij te schijnen, maar de batterij is leeg. Had ik vandaag maar niet de hele tijd foto’s en filmpjes moeten maken. Welke kant moeten we ook alweer op? Aarzelend slaan we af naar rechts. Achter ons gloeien twee koplampen op in het donker. Als opgeschrikt wild verstijft mijn zus in de lichtbundel, haar ogen wijd opengesperd. Achter het stuur zie ik iemand met een pet. Fock… 

***

Een weekendje afzondering ter inspiratie voor onze nieuwe roman, ver weg van de dagelijkse afleiding van werk en alles wat verder ‘moet’, dat is het plan. Maar dan wel low-budget. Het schrijversbestaan is immers geen vetpot. Vriendin K. voorziet ons van de perfecte bestemming: een leegstaande boerderij in het verlaten Friese platteland, deel van de erfenis van haar oma. We mogen er gratis overnachten. Daar hebben we die urenlange treinrit naar Leeuwarden wel voor over. Op het station aangekomen loopt de routebeschrijving van K. helaas direct dood. ‘De laatste keer dat ik er ben geweest was ik tien en toen waren we met de auto,’ bekent ze. Navraag leert ons dat we een stuk met de bus kunnen en daarna te voet verder moeten: ‘Uitstappen bij het gemeentehuis van Sumar, dan je neus volgen naar de stinkfabriek en vervolgens vragen naar Klein Zwitserland. Oja, zorg wel dat je in Sumar wat te eten inslaat, Klein Zwitserland is Niemandsland.’ Een uur later slepen we onze hippe koffers op wieltjes, volgeladen met flessen wijn en stokbroden, door de Friese stront. Erg inspirerend is het allemaal niet, dus als we in de verte drie fietsers ontwaren, barricaderen we het fietspad met onze koffers, in de hoop op een lift. Twee van de jongens racen echter met rood aangelopen hoofden langs ons – siste die ene nou ‘maak dat je wegkomt’? -  terwijl jongen nummer drie zijn schouders ophaalt: ‘In mijn eentje kan ik jullie echt niet meenemen.’ Een beetje verslagen kijken we toe hoe ook hij aan de horizon verdwijnt. We sjokken verder. Af en toe komt er een auto of een trucker voorbij en steek ik hoopvol mijn duim in de lucht. Er wordt veelvuldig getoeterd en gezwaaid, maar stoppen ho maar. Het begint al te schemeren als ‘s werelds kleinste autootje de berm indraait. Held Timme redt ons uit het Friese weiland.  

En na zeven uur reizen ben je ook ergens. Het boerderijtje van K.’s oma steekt piepklein af tegen de grote, statige boerderijen van de buren. Het slot knarst als K. er de sleutel insteekt. Binnen lijkt het tien graden kouder dan buiten. Ik voel hoe de haartjes op mijn armen rechtop gaan staan. De tijd heeft hier stilgestaan. Vergeelde foto’s aan de muur, afgebladderd behang en bruine lampenkappen. Het water is afgesloten. ‘Hoe lang staat het al leeg?’ vraagt mijn zus. K. haalt haar schouders op. ‘Er woont al heel lang niemand meer. Maar af en toe dient het als vakantiehuisje voor nichtjes en neefjes.’ We steken de gaskachel aan en trekken een fles wijn open. Onder het toeziend oog van K.’s voorouders, die ingelijst boven de eettafel hangen, staren we naar de dansende vlammetjes van de gaskachel. Een vlieg zoemt loom rond mijn hoofd. Mijn oogleden worden zwaar. Maar de klok wijst pas acht uur. Misschien zou een frisse avondwandeling ons goed doen. 

Buiten is het ondertussen aardedonker. De maan en sterren verschuilen zich achter dikke wolken en lantaarnpalen hebben het verre noorden van Nederland blijkbaar nog niet bereikt. Voetje voor voetje schuifelen we door de natte berm. Als er nu een auto aankomt, zijn we er waarschijnlijk geweest. Maar er lijkt op dit uur toch geen verkeer meer te rijden hier. De stilte wordt verstoord door een krakende tak, ergens achter ons. Loopt daar iemand? ‘Vast een koe in het weiland of een ander dier,’ zegt K. weinig overtuigend. Ik tuur het donkere gat achter ons in, maar zie niets. Zenuwachtig grijpen we elkaar vast en arm in arm lopen we verder, ondertussen luid pratend om over het geluid van onze angstige gedachten uit te komen. In de verte doemt een lichtje op. Dat moet de buurtkroeg zijn, wijst K. We versnellen onze pas. Geen buurtkroeg blijkt even later, wel een kas met planten en ‘rariteiten’ aldus het bordje ervoor. Terugkeren dan maar? ‘Misschien hadden we eerder af moeten slaan?’ Ik kijk nog eens om. Beweegt er iets in het donker? ‘Nee,’ zeg ik hardop, meer tegen mezelf dan tegen de anderen. We lopen terug. Slaan af. In de verte blaft een hond. Mijn zus en K. discussiëren over wat enger zou zijn om in het donker te ontwaren: een dode of een levende man. Ik vind het een belachelijk gesprek, maar houd mijn mond. Tussen de bomen door zien we weer een schijnsel. De kroeg! Voor de deur hangt een bord met in rode letters het woord gesloten. Maar als ik tegen de deur duw, geeft hij wel mee. We staan in een slecht verlichte ruimte met een aantal tafels met lege stoelen en een bar. Drie mannen staren ons aan. ‘Vrouwen? Die komen normaal gesproken niet in deze kroeg. Maar we weten wel hoe we met jullie om moeten gaan hoor.’

S.

Oct 29 2011

Wat je dus niet aan een man met een mes vertelt



‘De poort staat open,’ fluistert K. We aarzelen even op straat. Misschien hebben we hem gewoon niet goed achter ons dichtgedaan? Paranoia strijdt met de Heinekennevel. Ze staan ons vast op te wachten in de zwarte schaduw van het huisje, die Stille en die Pet met ‘t mes.

Ik luister naar het verhaal van het lijk in Marseille terwijl ik voortdurend de omgeving scan. Niet dat ik iets zie. Venus (denk ik) geeft amper licht op deze maanloze kille nacht. We zijn opgeslokt door een tunnel van bomen met aan weerzijden een diepe strontgreppel. ‘..toen zag ik dus dat been, een vrouwenbeen met de schoen er nog aan.’ Aan het begin van het pad hebben we de armen al stevig ingehaakt en K is steeds zachter gaan praten. De bomen ritselen en ergens knapt een tak. K wist hier de weg toen zij tien was, maar dat is toch anders decennia later in het pikkedonker. Bovendien was ze toen minder in bier geïnteresseerd.

We passeren een helverlicht huis. Je zal maar zo afgelegen wonen, griezelen we. Ook hier heeft K een stemmingsverhogend verhaal bij, over een inbraak van mannen met bivakmutsen bij haar hardhorende opa en oma van in de negentig. Ik stel voor dat S omgekeerd inhaakt, zodat niemand ons van achter kan besluipen. Staat daar nou iemand? Nee, het is lantaarnlicht aan het eind van de tunnel dat op een boom valt. ‘Zo ver lopen was het helemaal niet..’ aarzelt K als we in het schijnsel van de lantaarn staan. S pakt haar mobiel en begint te filmen. Wordt dit onze laatste boodschap? Wat moet ik zeggen, en aan wie?


het kleine, rode huisje

We besluiten om te keren, terug het donker in. Misschien moesten we dat paadje rechts? Door en door en door stappen we, arm in arm in arm. Voor een donker gebouw staan drie auto’s geparkeerd. ‘Hier is het!’ weet K. Aan de gevel een Heineken-uithangbord en achter het raam een briefje met kamerprijzen. Langs een van de gordijnen schijnt licht. Ik gluur naar binnen. Drie mannen drinken aan de toog. Eentje rookt een sigaar. Het bordje ‘Gesloten’ negerend probeer ik de deur en stap langs de maning ‘Klompen uit’ de herberg in. ‘Mogen we een biertje?’ Een van de mannen staat abrupt op en loopt langs ons naar buiten. ‘Wàt moat je?’ vraagt de oude barman. De bolle met de pet heeft inmiddels door dat het ons te doen is om bier en laat het aanrukken terwijl hij naar de krukken gebaart. Hèhè. Een dikke laag ijs omhult ons in de doodstille bar. We verklaren ons binnenvallen met dat we logeren in een huisje dat nog van de overgrootouders van K is geweest. De barman, 78, heeft hen nog gekend. ‘Jullie zitten dus in dat kleine rode huisje aan de Lansbuorren,’ concludeert hij en dient zich nog een Beerenburg toe.

Het ijs smelt en het bier vloeit in moordend tempo. Er verschijnt zelfs een bord met kaasblokjes. Het onderwerp raakt uitgeput en het ijs groeit weer aan. Het bier blijft wel vloeien. De Pet zegt niet veel en de Stille fluistert hem af en toe iets toe in het Fries. Over tieten, volgens K die een beetje Fries verstaat. Plotseling komt het gesprek erop dat in Friesland iedereen met een wapen rondloopt. De Pet begint in zijn zak te tasten. Er komt een flink heft tevoorschijn dat hij ook nog even voor ons openknipt. ‘Met Friezen moat je geen ruzie krijgen,’ bromt de Stille met toegeknepen ogen. Terwijl de Oude zijn volgende anekdote samen met een spervuur aan kazig speeksel lanceert, staat de Stille abrupt op en verdwijnt naar buiten. Kort daarop vertrekt de Pet. Wij horen de Endebel en stappen ook op. Jolig kakelend struinen we terug naar het huisje. Het donker doet ons niets.


vrouwenbenen op het nachtkastje

j

17 notes

Sep 28 2011

Of ik ff de andere kant op wil kijken, ja

Een afspraak in Den Haag voert me langs het Malieveld. Een vrouw op een bankje voor het hertenkamp heft traag haar telefoon om een foto te maken van een neergestreken blauwe reiger. Een bankje verderop ruziet een meisje met haar vriendje. Tranen biggelen over haar wangen. Ik kijk op m’n horloge en versnel mijn pas. Ik ga te laat komen.

Na het gesprek loop ik in opgetogen stemming terug naar Den Haag Centraal. Vanwege de netteschoenenblaren van de heenweg iets langzamer. Ik steek een straat over om het eindemiddagszonnetje te vangen, vraag me af wat er met de gedeukte zwarte SUV voor de Letse ambassade is gebeurd en schiet wortel bij een bijzonder autovriendelijk afgesteld stoplicht. Op het stoplicht is een sticker geplakt die me maant een foto te maken van de mensen die aan de overkant staan te wachten en die op een website te posten.

Als ik dichterbij het Malieveld kom, word ik links en rechts ingehaald door forenzen die zich met lemmingennietsontziendheid naar CS spoeden. Langs het veld waarop we tegenwoordig tandenloos ons ongenoegen kenbaar maken, ver van het Binnenhof, zijn de bankjes opnieuw bezet. Ik kijk opzij naar een bellend meisje, dat met betraand gezicht verontwaardigd terugkijkt. Of ik weleens ff voor me wil kijken, net als iedereen. Als ik van een volgend bankje onderdrukt gesnik hoor, is mijn blik zijdelings en onbewogen. Veel slechtnieuwstelefoontjes blijkbaar vandaag.

Inmiddels loop ik weer ter hoogte van de herten. Een man staart voor zich uit richting reiger. Een meisje ligt op het bankje met haar hoofd in zijn schoot. Ze…oh, ze is hem aan het! De laatste meters naar CS kijk ik strak voor me uit. Ik kijk wel uit de man die in de overvolle trein van 17.08 naast me komt zitten, aan te kijken. Met de HTC post ik op facebook ‘Veel huilende meisjes vandaag op de bankjes bij het Malieveld, en één p*pende..’. Ook het facebookpubliek wendt collectief de blik af.

j

2 notes

Jul 30 2011

Booking, wat is dat dan?

De kreet WEDSTRIJD! BOOKING de nieuwe rage door Boekhandel Blokker: trekt direct mijn aandacht bij het facebook afstruinen. Ik klik op het evenement om te kijken wat de bedoeling is. WEDSTRIJD! Naast “planking” en “leisure diving” introduceert Boekhandel Blokker: BOOKING - de nieuwe vakantierage 2011! Bedenk zelf wat “booking” is en zet een mooie foto met een BOEK op facebook en link deze aan ons. De mooiste foto wordt beloond met een……hoe kan het ook anders: BOEK! (met dank aan de inspiratie van Willem Snitker) Wat een leuke oproep, wij doen mee! De accu van de digitale spiegelreflex gaat voortvarend in de oplader. Maar hoe het begrip ‘booking’ inhoud te geven?

Deze foto schiet me direct te binnen, om de ijzersterke associatie van boeken met toiletten.  Of we doen Nijntje op het Nijntjepleintje een zonnebril op en laten hem een boek lezen. Haha, wat nou ‘een boek’, we gaan natuurlijk wel ons eigen boek gebruiken bij het booken ;-) Zus en ik brainstormen nog even verder.

Vervreemding is belangrijk, net als bij planking. Daarmee vallen de categorieën ‘boek met kind’, ‘lezende man’ en ‘boekje-wijntje’ af.
Het guerilla-element: het gebeurt onder de neus van veel mensen en voor je het weet is het alweer voorbij.
En de Jackass-factor: het booken wordt cooler met de kans op een lullig ongeluk of arrestatie.

Booking-mooning! Tah, meer iets voor heren. Te water gaan, is natuurlijk altijd een spectaculair gezicht, maar we houden ons boek toch liever droog. Zullen we een boek van de Dom gooien? Een boek opendoen is in een andere realiteit stappen, en daarin blijf je zweven tot je de kaft weer dichtklapt.  Beetje luguber toch, en geheid goed voor een strafblad. Zo stoer zijn we helemaal niet :-) We pingpongen nog even verder met ideeën als een scène uit een boek nabouwen of iets inpakken met boekenkaften.

Kern van een rage is natuurlijk de navolgbaarheid: het is pas een hype als iedereen er overal aan kan bijdragen. Dus te ingewikkeld moeten we het allemaal niet maken, bovendien zijn we zelf ook niet van die begenadigd knutselaars.  Eigenlijk had onze papa een tijdje geleden al de perfecte definitie van booking bedacht in een mail naar zijn kennissen en collega’s:
Ontspan - dit weekend al - na weer zo’n frustrerende, zware, vermoeiende week op verantwoorde wijze met een boek! Voor degenen die letterlijk gebukt gaan onder stress en zorgen, heeft het boek een aanvullende therapeutische werking. Indien je het dagelijks enige tijd balancerend op het hoofd meedraagt, gaat daarvan namelijk een zeer positieve invloed op de lichaamshouding uit.”
René van Vugt

Zelf voegen we er het motto  Booking = je rug rechthouden aan toe en gaan Utrecht in. In de meest gewone situaties overhoeds een boek op je hoofd balanceren lijkt ons vervreemdend werken. Met een nuchtere kijk op onze circuskwaliteiten maken we eerst een pitstop bij de Gamma voor een rol klustape. Die kwam nog danig van pas bij het booken op de fiets. Een vrouw kijkt me bewonderd na op de brug bij het stadhuis, tot het boek lichtjes scheefzakt en alleen dankzij de tape nog aan mijn hoofd blijft bevestigd. ‘Plakband,’ mompelt haar dochter. ‘Je speelt vals,’ sist de vrouw en beent weg. 



Jul 17 2011

De MM van Marketing

MM Boeken wordt Rainbow! Rainbow doet bij velen van jullie waarschijnlijk al een belletje rinkelen vanwege de welbekende gele pockets, maar ook de nieuwe boeken van de uitgeverij vallen binnenkort onder deze noemer. Een slimme zet, de verschillende fondsen samenvoegen onder een naam die bij de meeste Nederlanders al bekend is. Want wie heeft er immers niet minstens een Rainbowpocket in de kast staan? Wij zien zo’n herkenbaar regenboogje op de rug van ons volgende boek in ieder geval wel zitten! Prima marketing dus.

Maar wat is marketing nu eigenlijk precies? Marketing is een verhaal. Een imago. Maar wel een imago dat klopt bij wie je bent. Het is jezelf blootgeven. Praten. Luisteren. Maar soms ook schreeuwen. Opvallen. Doorzetten. Mensen raken. Prikkelen. Mond tot mond reclame. De gunfactor. Het is de hele stad behangen met flyers. Het is een grappige gadget. Of een filmpje. Interviews geven, handtekeningen zetten. Je wenkbrauwen kaal laten plukken voor een fotoshoot. Het is stylish in de Elle en ‘op zijn Hollands’ in de Flair. Een nee ombuigen tot een ja. Alle literaire avondjes van Nederland afstruinen om te zien wat andere jonge schrijvers doen om op te vallen. Het is jaloers zijn op de overweldigende marketingmachine van Lebowski. En het selfmade nog veel beter (willen) kunnen. Het is het magische aantal van 2000 verkochte boeken bereiken (yes yes yes!), maar pas echt tevreden zijn als de tweede druk er is. Het is jezelf laten zien.

En dat deden wij deze zaterdag op het Colombia cultural festival in Amsterdam. Het festival begon om 14.00 uur. Dus op zijn Hollands stonden wij, compleet met vrolijk opgetuigde stand en een stapel visitekaartjes in de aanslag, om 13.45 uur helemaal klaar. Toch wat vroeg, bleek toen we een uur later nog steeds eenzaam naast onze stapel onaangeraakte boeken stonden. En hadden we ook niet al een half uur geleden een presentatie moeten geven? Tranquilo! Terwijl wij langzaam in de Colombiaanse ‘geniet van het moment, het komt allemaal echt wel goed’-stand raakten, liep festivallocatie the Sand vol. Buiten raasde dan misschien een winterse regenbui, binnen werd de sfeer steeds tropischer.

Wij zijn er klaar voor, maar de festivalgangers vinden 14 uur nog wat vroeg :-)

Colombiaanse dans en muziek, klederdracht, een cursus vallenato voor kinderen, de geur van arepas, empanadas en fritanga… en een boek, geschreven door twee Nederlandse meisjes. Goed, we waren misschien iets minder ‘typico’ dan de andere activiteiten, maar dat was no problemo. Veel bezoekers vonden het juist wel grappig om te horen wat die twee blauwogige dames allemaal hadden uitgespookt in hun thuisland. Vooral omdat Colombiaans carnaval de lezer een heel positief beeld geeft van Colombia. En onze presentatie werd voor de Spaanstalige bezoekers gewoon ter plekke vertaald! Geheel in Colombiaanse stijl was het festival vooral een plek om samen feest te vieren.

PS Ondanks al onze zo zorgvuldig uitgedachte marketing inspanningen was het overigens wel onze pa die het eerste boek verkocht. Toen wij even een biertje waren gaan halen :-)

S.

Michèle vertaalt ons optreden op Colombia Cultural 2011 in het Spaans

1 note

Page 1 of 5