Of ik ff de andere kant op wil kijken, ja

Een afspraak in Den Haag voert me langs het Malieveld. Een vrouw op een bankje voor het hertenkamp heft traag haar telefoon om een foto te maken van een neergestreken blauwe reiger. Een bankje verderop ruziet een meisje met haar vriendje. Tranen biggelen over haar wangen. Ik kijk op m’n horloge en versnel mijn pas. Ik ga te laat komen.
Na het gesprek loop ik in opgetogen stemming terug naar Den Haag Centraal. Vanwege de netteschoenenblaren van de heenweg iets langzamer. Ik steek een straat over om het eindemiddagszonnetje te vangen, vraag me af wat er met de gedeukte zwarte SUV voor de Letse ambassade is gebeurd en schiet wortel bij een bijzonder autovriendelijk afgesteld stoplicht. Op het stoplicht is een sticker geplakt die me maant een foto te maken van de mensen die aan de overkant staan te wachten en die op een website te posten.
Als ik dichterbij het Malieveld kom, word ik links en rechts ingehaald door forenzen die zich met lemmingennietsontziendheid naar CS spoeden. Langs het veld waarop we tegenwoordig tandenloos ons ongenoegen kenbaar maken, ver van het Binnenhof, zijn de bankjes opnieuw bezet. Ik kijk opzij naar een bellend meisje, dat met betraand gezicht verontwaardigd terugkijkt. Of ik weleens ff voor me wil kijken, net als iedereen. Als ik van een volgend bankje onderdrukt gesnik hoor, is mijn blik zijdelings en onbewogen. Veel slechtnieuwstelefoontjes blijkbaar vandaag.
Inmiddels loop ik weer ter hoogte van de herten. Een man staart voor zich uit richting reiger. Een meisje ligt op het bankje met haar hoofd in zijn schoot. Ze…oh, ze is hem aan het! De laatste meters naar CS kijk ik strak voor me uit. Ik kijk wel uit de man die in de overvolle trein van 17.08 naast me komt zitten, aan te kijken. Met de HTC post ik op facebook ‘Veel huilende meisjes vandaag op de bankjes bij het Malieveld, en één p*pende..’. Ook het facebookpubliek wendt collectief de blik af.
j